Wat is het verschil tussen de PSO en Social Return (SROI)?

In Nederland worden de termen Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO) en Social Return on Investment (SROI) vaak in één adem genoemd. Hoewel beide instrumenten gericht zijn op het creëren van werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, zijn er fundamentele verschillen in hun werking, verplichting en toepassing.

Dit artikel legt helder uit wat de verschillen én overeenkomsten zijn, en hoe organisaties de PSO kunnen inzetten om aan hun SROI-verplichtingen te voldoen.

Het belangrijkste verschil: Project vs. Organisatie

Het fundamentele verschil tussen SROI en PSO ligt in de reikwijdte en de aard van de verplichting:

  • Social Return (SROI) is een projectgebonden verplichting. Het is een contractuele eis die door overheden (zoals gemeenten, provincies en het Rijk) wordt opgelegd bij specifieke aanbestedingen. De aannemer moet een vastgesteld percentage van de opdrachtwaarde of loonsom besteden aan het inzetten van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt voor de duur van dat specifieke project.
  • De PSO is een organisatiebreed keurmerk. De Prestatieladder Socialer Ondernemen is een onafhankelijk meetinstrument en keurmerk (beheerd door TNO en Stichting PSO Nederland) dat meet hoe sociaal een organisatie in zijn totaliteit onderneemt. Het kijkt niet naar één project, maar naar het structurele percentage medewerkers met een kwetsbare arbeidsmarktpositie binnen het gehele bedrijf.

Vergelijkingstabel: SROI vs. PSO

Om het onderscheid helder te maken, vergelijken we beide instrumenten op de belangrijkste criteria:

KenmerkSocial Return (SROI)Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO)
KarakterVerplichting (contractuele eis)Vrijwillig keurmerk (meetinstrument)
ReikwijdteProjectgebonden (geldt alleen voor de gegunde opdracht)Organisatiebreed (geldt voor het hele bedrijf)
DuurTijdelijk (stopt wanneer het project is afgerond)Structureel (certificering is 2 jaar geldig)
Beoordeling doorOpdrachtgever (bijv. gemeente of Rijksoverheid)Onafhankelijke certificerende instelling (bijv. DEKRA, DNV)
FocusResultaat per aanbestedingInclusief werkgeverschap in de bedrijfsvoering

De overeenkomsten en de synergie

Hoewel SROI en PSO fundamenteel verschillen, delen ze exact hetzelfde maatschappelijke doel: het bevorderen van inclusief werkgeverschap. Ze versterken elkaar in de praktijk.

Steeds meer publieke opdrachtgevers erkennen dat structureel sociaal ondernemen (aangetoond met een PSO-certificaat) waardevoller is dan het tijdelijk inzetten van mensen voor één specifiek project (traditionele SROI). Daarom accepteren veel gemeenten en overheidsinstanties tegenwoordig een PSO-certificering als (gedeeltelijke) invulling van de Social Return-verplichting.

Dit mechanisme werkt op twee manieren:

  1. Vrijstelling of korting: Bedrijven met een PSO-certificaat (vooral Trede 3 of 30+) krijgen vaak een aanzienlijke korting op hun SROI-verplichting, of worden er zelfs volledig van vrijgesteld.
  2. Ketenstimulering (Sociaal Inkopen): Binnen het SROI-bouwstenenmodel kunnen bedrijven hun verplichting invullen door producten of diensten in te kopen bij PSO-gecertificeerde organisaties (zoals sociale ondernemingen). De factuurwaarde van deze inkoop telt dan mee als SROI-waarde.

Conclusie

Samenvattend is SROI het doel dat de overheid stelt bij een project, en kan de PSO dienen als het middel om aan te tonen dat een bedrijf dit doel al structureel in de bedrijfsvoering heeft verankerd. Bedrijven die investeren in een PSO-certificering maken hun organisatie niet alleen maatschappelijk relevanter, maar creëren ook een aanzienlijk strategisch voordeel bij overheidsaanbestedingen.