Social Return Berekening — Bouwstenenmodel en rekenvoorbeelden

De Social Return berekening bepaalt de financiële of urenmatige waarde van de inspanningen die een opdrachtnemer levert om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten. Dit gebeurt vrijwel altijd via een gestandaardiseerd bouwstenenmodel.

In dit model krijgt elke activiteit — zoals het aannemen van een werkloze, het bieden van een stageplaats of het inkopen bij een sociale onderneming — een vaste (fictieve) financiële waarde toegewezen die wordt afgetrokken van de totale SROI-verplichting.

Hoe bereken je hoeveel social return je moet leveren?

De totale verplichting wordt berekend aan de hand van de contractwaarde of de loonsom. De Rijksoverheid hanteert standaard 5% van de totale contractwaarde. Bij een opdracht van €1.000.000 is de SROI-verplichting dus €50.000. Als er wordt gerekend met de loonsom (vooral bij arbeidsintensieve diensten), is het percentage vaak hoger, bijvoorbeeld 10% of 15% van de loonsom. Het exacte startbedrag staat altijd duidelijk vermeld in de aanbestedingsleidraad.

Wat is het bouwstenenmodel bij social return?

Het bouwstenenmodel is een rekenmethodiek die door de Rijksoverheid en vrijwel alle gemeenten wordt gebruikt om de inzet van verschillende doelgroepen te waarderen. Elke ‘bouwsteen’ vertegenwoordigt een doelgroep of activiteit met een bijbehorende fictieve waarde per uur of per jaar. Door te werken met fictieve waarden hoeven bedrijven geen privacygevoelige salarisgegevens te delen. Hoe groter de afstand tot de arbeidsmarkt van de kandidaat, hoe hoger de waarde van de bouwsteen in de berekening.

Welke activiteiten tellen mee als social return-invulling?

De invulling kan direct of indirect zijn. Directe invulling is het zelf in dienst nemen of detacheren van mensen uit de doelgroep, of het bieden van BBL-leerwerkplekken en stages. Indirecte invulling (sociaal inkopen) is het inkopen van producten of diensten bij gecertificeerde sociale ondernemingen of SW-bedrijven. Ook maatschappelijke activiteiten, zoals het geven van gastlessen of sollicitatietrainingen, tellen bij sommige gemeenten mee als maatwerk-bouwsteen.

Hoe worden plaatsingen, stages en detachering gewaardeerd?

De waardering verschilt per trede op de participatieladder. Iemand uit de Participatiewet (bijstand) levert vaak de hoogste waarde op, bijvoorbeeld €25.000 tot €30.000 per fte per jaar. Een BBL-leerling of stagiair heeft een lagere fictieve waarde, bijvoorbeeld €12.500 per fte per jaar. Voor kortdurende inzet wordt dit omgerekend naar een vast uurloon (bijvoorbeeld €15 tot €20 per uur) waarmee de verplichting wordt weggeschreven.

Wat telt de inhuur bij sociale ondernemingen?

Als u diensten inkoopt bij een sociale onderneming of een SW-bedrijf, mag u de factuurwaarde gebruiken om uw SROI-verplichting te verlagen. Meestal mag 100% van de arbeidskosten op de factuur worden meegeteld. Sommige opdrachtgevers eisen dat de sociale onderneming een PSO 30+ certificaat of een keurmerk van de Code Sociale Ondernemingen heeft om de factuur volledig te mogen meetellen in de berekening.

Hoe reken je social return terug naar een percentage van de opdrachtwaarde?

Stel: uw verplichting is €50.000 (5% van €1.000.000). U neemt een kandidaat uit de bijstand aan voor een half jaar. De bouwsteenwaarde is €25.000 per jaar, dus u vult €12.500 in. Daarnaast koopt u voor €15.000 aan catering in bij een sociale onderneming. U heeft nu voor €27.500 ingevuld. Er resteert nog €22.500 van uw verplichting, die u voor het einde van het contract moet invullen.

Verschilt de berekening per opdrachtgever?

Ja, dit is een belangrijk aandachtspunt. Hoewel veel gemeenten het bouwstenenmodel van het Rijk volgen, kunnen de exacte bedragen per bouwsteen lokaal afwijken. Daarnaast accepteert de ene gemeente wel de inzet van reguliere stagiairs (MBO/HBO) tegen een lage waarde, terwijl een andere gemeente uitsluitend kandidaten uit de Participatiewet accepteert. Bekijk altijd de specifieke lokale beleidsregels.

Veelgestelde vragen over de berekening

Mag ik de daadwerkelijke loonkosten opvoeren in plaats van de bouwsteenwaarde?

Nee, vrijwel alle opdrachtgevers werken uitsluitend met de fictieve waarden uit het bouwstenenmodel. Dit is om administratieve lasten te verlagen en de privacy van de werknemer (AVG) te beschermen, aangezien u geen exacte loonstroken met salarisbedragen hoeft te delen.

Tellen opleidingskosten en begeleidingskosten ook mee?

Ja, vaak wel. De kosten voor noodzakelijke opleidingen (zoals een VCA-certificaat), werkkleding of externe jobcoaching mogen bij veel opdrachtgevers voor 100% worden opgeteld bij de gerealiseerde SROI-waarde, mits dit vooraf is goedgekeurd.

Hoe bereken ik de SROI bij een raamovereenkomst?

Bij een raamovereenkomst is de totale contractwaarde vooraf niet bekend. De SROI-verplichting wordt dan berekend per afzonderlijke afroep (bestelling) onder de raamovereenkomst, of er wordt gewerkt met een cumulatieve berekening aan het eind van elk contractjaar.

Wat is de waarde van een PSO-certificaat in de berekening?

Als u een PSO-certificaat heeft, wordt dit door veel gemeenten vertaald naar een korting op de berekening. Bij trede 3 krijgt u vaak 50% korting op de verplichting, en bij PSO 30+ wordt de verplichting soms zelfs tot €0 gereduceerd.

Mag ik SROI-inzet van een ander project overhevelen?

Nee, SROI-inzet is in principe projectgebonden. U mag een kandidaat die al is opgevoerd voor een project bij Gemeente A, niet tegelijkertijd opvoeren voor een project bij Gemeente B (dubbeltellen is fraude).

Kan ik een overschot aan SROI meenemen naar de toekomst?

Soms wel. Sommige grote opdrachtgevers staan toe dat u een ‘SROI-tegoed’ opbouwt. Als u meer realiseert dan verplicht is, kunt u dit overschot inzetten bij een volgende aanbesteding van dezelfde opdrachtgever.

Heeft artikel 2.82 invloed op de berekening?

Nee, artikel 2.82 gaat over het voorbehouden van opdrachten. Bedrijven die zo’n opdracht winnen, hoeven geen aparte SROI-berekening te maken, omdat hun hele organisatie al voor minimaal 30% uit de doelgroep bestaat.

Bronnen

Gerelateerde pagina’s

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

De meest gebruikte methode is: contractwaarde × SROI-percentage (standaard 5%) = SROI-verplichting per jaar. Bij een contract van € 500.000 per jaar is de verplichting € 25.000. Met het bouwstenenmodel wordt de verplichting berekend op basis van de loonsom per functiegroep.

Het bouwstenenmodel is een rekenmethode waarbij de SROI-verplichting wordt berekend op basis van de loonkosten per functiecategorie in de opdracht. Per categorie geldt een vast percentage dat moet worden ingevuld met mensen uit de doelgroep. Dit model wordt gebruikt door onder andere de Rijksoverheid en grote gemeenten.

Bij de meeste opdrachtgevers tellen de loonkosten (inclusief werkgeverslasten) van de ingezette doelgroepmedewerkers mee. Sommige opdrachtgevers accepteren ook kosten voor begeleiding, opleiding of detachering via een erkende sociale onderneming.

Het meest gehanteerde percentage is 5% van de contractwaarde of loonsom per jaar. De Rijksoverheid hanteert 5%. Gemeenten kunnen hogere of lagere percentages hanteren, afhankelijk van hun lokale inkoopbeleid.